Wat is nou waar? Door Rik Peels en Jeroen de Ridder
Wat je denkt, beïnvloedt wat en hoe je praat en met wie – en dat beïnvloedt weer wat je denkt. Hierdoor kunnen bubbels ontstaan met alleen maar gelijkgestemden. Hoe kun je dat doorbreken? De auteurs geven zeven regels* om helder te denken. Deze regels moeten helpen om je mening te vormen en ‘overtuigingen te hebben die zo goed mogelijk gefundeerd zijn’. Deze definitie roept bij mij verwarring over het onderscheid tussen feiten en meningen. En met het helder denken valt het helaas ook nogal tegen.
De zeven regels
- Ken je denken
- Verander wekelijks van mening
- Vertrouw kritisch, vind een balans tussen naïviteit en cynisme.
- Ontbubbel je opvattingen, met o.a. het mooie citaat van John Stuart Mill: “He who knows only his own side of the case knows little of that.”
- Organiseer twijfel, met vooral een toelichting op bronnenonderzoek.
- Besteed je ideeën uit, waarbij ze ingaan op de rol van experts.
- Negeer het nieuws, en lees meer achtergronden.
Met deze regels is niet zoveel mis, al vind ik regel 2 dogmatisch en in strijd met wat ze ook zeggen, namelijk dat je jezelf niet kunt dwingen van mening te veranderen.
Ook in deze regels maken ze geen duidelijk onderscheid tussen feiten en meningen. Dat zit me het hele boek dwars.
Korte samenvatting (of eigenlijk: waarom ik dit niet zo'n goed boek vind)
Voor het onderzoeken van feiten en argumenten komen de auteurs met aardige tips over bronnenonderzoek en hoe je verschillende soorten expertise kunt wegen. Maar juist waar het spannend wordt, laten ze je in de kou staan: “Soms staan je opvattingen op een kruispunt en is het onduidelijk wat je moet geloven, omdat de informatie die je hebt niet de doorslag geeft. Als je dan toch een keuze moet maken – bijvoorbeeld of je iemand blijft vertrouwen of niet – kunnen morele of sociale overwegingen helpen.”
Serieus, hoe helpt dit? Juist hier wordt het spannend. Morele overwegingen gaan over goed en kwaad. Daar kunnen we wel wat helder denken bij gebruiken, maar een uitleg volgt niet. En wat bedoelen ze met sociale overwegingen? Toch maar volgen wat iedereen zegt? Wat sociaal wenselijk is?
“Als de ene expert met een afwijkende mening een einzelgänger is, die het in z’n eentje opneemt tegen een breed gedragen consensus onder de overgrote meerderheid van experts, ligt het voor de hand om toch met die meerderheid mee te gaan.” Hiermee gooien ze alsnog Galileo Galilei en Darwin onder de bus. Of, recenter, Akwasi met Kick Out Zwarte Piet, en elke klokkenluider of activist die durft tegen de stroom in te zwemmen…
Ik denk dat ik snap waar ze op doelen, namelijk het gevaar van false balance – dat je je in verwarring laat brengen door één afwijkende stem, bijvoorbeeld over klimaatverandering of de veiligheid van coronavaccins. Maar de conclusie dat je dan maar met de meerderheid moet meegaan is gemakzuchtig en onvolledig. Het negeert bijvoorbeeld ook volledig het reëele risico van group think. Ik wil niet overdramatisch doen, maar group think was één van de oorzaken van de ramp met de spaceshuttle Challenger in 1986. Just saying. (Bronnen onderaan)
Over het spanningsveld tussen niets en niemand vertrouwen aan de ene kant, en alles blindelings accepteren aan de andere kant: “Daartussen zit zoiets als gezonde scepsis. (…) Binnen de grenzen van het redelijke en het morele is georganiseerde gezonde scepsis een goed idee.”
Als ik dit lees, weet ik precies niets concreets. Wat zeggen ze hier nu eigenlijk: denk er een beetje over na, gebruik je gezond verstand, check je bronnen maar niet teveel?
Wat leerde ik?
- Je kunt je overtuigingen niet kiezen, je kunt niet zomaar een andere mening hebben. En dat heet (ik ben dol op moeilijke woorden): doxastisch involuntarisme. Van het Griekse woord doxa = overtuiging.
- Ook meningen die volgens ‘systeem 2’ tot stand zijn gekomen, zijn niet altijd correct of voldoende onderbouwd. Dit verwijst naar het systeemdenken uit het beroemde boek van Daniel Kahneman Thinking fast and slow, waarbij systeem 1-denken staat voor automatisch, snel en associatief en systeem 2-denken voor langzaam denken, met onderzoek, discussie, nadenken en afwegen.
- Het verschil tussen een informatiebubbel en een echokamer. Een informatiebubbel is de sociale infrastructuur waarin afwijkende geluiden ontbreken. Een echokamer onderdruk en wantrouwt afwijkende geluiden. NB. Mónica Guzmán noemt dit geen echokamer, maar meer een drijfzandconstructie, waarin je steeds verder wordt gezogen en waaruit nauwelijks ontsnappen mogelijk is.
- Het is oké om geen mening te hebben ergens over, voel je niet gedwongen om overal iets van te vinden. Heel fijn.
- De begrippen ‘kennisonrecht’ en ‘getuigenisonrecht’ waren nieuw voor me. Kennisonrecht betekent dat mensen vanwege vooroordelen niet worden erkend als bezitters van kennis of betrouwbare informatie, bijvoorbeeld iemand van kleur of vrouwen. Getuigenisonrecht treedt op als mensen kennis proberen te delen, maar er niet naar hen wordt geluisterd. Diversiteit in teams is dus pas een eerste stap, daadwerkelijk ruimte maken voor verschillende soorten kennis en daar gebruik van maken, is iets anders.
Welke vragen roept het boek op?
- ‘Verander wekelijks van mening’ is regel 2. Een rare, dogmatische stelling, die ook in tegenspraak is met de uitspraak dat je niet zomaar van mening kan veranderen. Ze werken het uit in het advies actief op zoek te gaan naar andere meningen en de moed te hebben van mening te veranderen, maar dat is iets anders.
- Hoe helpen hun regels met vragen als, ik noem maar wat: mag je ongevaccineerde kinderen weigeren op de opvang? Ben je voor een kleine overheid met lage belastingen, of voor hogere belastingen en een uitgebreid sociaal stelsel? Mag je verslaafde psychiatrische patiënten dwingen anticonceptie te gebruiken? Ik hoopte denkregels te krijgen om met dit soort vragen aan de slag te gaan, maar helaas.
En dan nog dit
Terwijl ik dit boek aan het lezen was, publiceerde Rik Peels een stuk op LinkedIn, waarin hij schrijft over de voorwaarden voor vredesonderhandelingen voor Gaza. Dit terwijl hij absoluut geen specialist is in vredesonderhandelingen – waarmee hij voorbijgaat aan zijn eigen argument over experts en expertise. Als basis van zijn stuk verwijst hij naar een artikel dat hij onvolledig weergeeft, een artikel overigens van Quassim Cassam, die óók geen specialist is in vredesonderhandelingen. Rik Peels had aan dit onderwerp volgens zijn eigen regels zijn vingers niet moeten branden.
Het artikel van Quassim Cassam waar Peels naar verwijst
En kritiek op het bericht van Peels door theoloog Remco van Mulligen. Dat Peels Van Mulligen op LinkedIn heeft geblokkeerd, is ook niet helemaal in overeenstemming met zijn regels 2 en 3: ontbubbel je opvattingen en organiseer je twijfel.
Aanrader?
Nee.
Er staan aardige, maar niet heel verrassende dingen in over hoe overtuigingen gevormd worden, zowel individueel als als onderdeel van een sociale identiteit, er staan wat tips in over hoe je bronnen kunt onderzoeken, maar het boek maakt de belofte van ‘regels om helder te denken’ niet waar.
Bronnen en andere tips hieraan gerelateerd
How minds work / Hoe verander je een mening, David McRaney. Dit boek gaat uitgebreid in op hoe meningen bij jezelf en bij anderen tot stand komen, en beschrijft verschillende methodes om meningen te bevragen.
I never thought about it that way, Mónica Guzmán. Dit boek beschrijft uitgebreid hoe het komt dat we mensen met een andere mening – zelfs als we ze spreken – niet goed kunnen horen en begrijpen, en ze komt met praktische tips en oefeningen om dat te verbeteren.
Elke Wiss, Even tussen mij en mij. Hoe je je eigen denken onderzoekt (recensie volgt binnenkort)
Over group think en de ramp met de Challenger:
Science friction: The Challenger Legacy – podcastserie van ABC Australia
